ECLI:NL:CRVB:2012:BY5567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schuldig nalatig verklaring AOW-premiebetaling
Appellante werd door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van de AOW-premie over 2005. De Svb baseerde dit op informatie van de Belastingdienst over een openstaande schuld. Appellante voerde aan dat zij de premie via inhouding op haar uitkering had voldaan en dat zij buiten haar schuld in een schuldenpositie was gekomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het onderzoek niet volledig was en heropende het. De Svb herzag haar besluit en stelde dat appellante slechts voor 22% schuldig nalatig was, vanwege een latere betaling door verrekening.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende had onderbouwd waarom het niet betalen haar niet kon worden toegerekend en verwierp haar beroep op het Handvest van de EU. Het beroep tegen het herziene besluit van 26 juli 2010 werd ongegrond verklaard, maar het eerdere besluit werd vernietigd. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de schuldig nalig verklaring voor 100% wordt gegrond verklaard en vernietigd, maar het herziene besluit van 22% schuldig naligheid blijft in stand.