ECLI:NL:CRVB:2023:952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten rechtsbijstand bij bezwaar tegen bijzondere bijstand bewindvoering
In deze zaak gaat het om het verzoek van een bewindvoerder om vergoeding van kosten van rechtsbijstand die zijn gemaakt bij het indienen van bezwaar tegen een besluit van het college over bijzondere bijstand voor bewindvoering. Het college had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en de kostenvergoeding afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand.
De Centrale Raad van Beroep herhaalt dat kosten van professionele rechtsbijstand in principe voor vergoeding in aanmerking komen, ook als een professionele bewindvoerder die inschakelt. Echter, in dit geval was sprake van een evidente fout in het besluit die bovendien automatisch en zonder bezwaar zou zijn hersteld. Het bezwaar had ook telefonisch kunnen worden opgelost. De zaak was zeer eenvoudig en het belang van de fout was relatief beperkt.
Daarom mocht het college op grond van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht afwijken van het forfaitaire vergoedingsbedrag en de vergoeding op nihil stellen. De Raad bevestigt dat het college de kosten van rechtsbijstand niet hoefde te vergoeden en verklaart het hoger beroep ongegrond. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand wordt afgewezen.