ECLI:NL:RBDHA:2019:12744
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete Participatiewet wegens schending inlichtingenplicht deels vernietigd
Eiser ontving een bijstandsuitkering en kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet melden van inkomsten uit arbeid over een bepaalde periode. Verweerder had de boete verhoogd vanwege vermeende grove schuld en recidive. Eiser betwistte de grove schuld en stelde dat hij niet correct is gehoord en geen mogelijkheid kreeg om zijn zienswijze te geven.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk gelegenheid tot horen is geboden en dat het ontbreken van een zienswijzebrief niet tot vernietiging leidt omdat eiser niet is benadeeld. De rechtbank stelde vast dat het niet melden van inkomsten een eenmalige schending van de inlichtingenplicht is en dat de enkele eerdere boetes onvoldoende zijn om grove schuld aan te nemen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen voor zover het de boete betreft. De rechtbank stelde de boete vast op €1236,50, rekening houdend met recidive en de beperkte financiële draagkracht van eiser. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat de juridisch adviseur tevens bewindvoerder is en geen recht heeft op vergoeding.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €1236,50 en het beroep wordt gegrond verklaard wegens onterecht aangenomen grove schuld.