ECLI:NL:CRVB:2024:1255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens weigering medewerking huisbezoek zonder zwaarwegend belang
Appellant diende een aanvraag om bijstand in die werd afgewezen omdat hij weigerde medewerking te verlenen aan een huisbezoek. Het college vermoedde dat appellant een gezamenlijke huishouding voerde, wat de aanleiding was voor het huisbezoek. Appellant was tijdens een gesprek geïnformeerd over de mogelijke gevolgen van weigering, maar gaf aan niet mee te willen werken vanwege stress en onvoorbereidheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit tot afwijzing in stand. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het vereiste van 'informed consent' niet was nageleefd en dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de gevolgen van weigering. Ook stelde hij dat hij een zwaarwegend belang had om het huisbezoek te weigeren.
De Raad oordeelde dat het vereiste van 'informed consent' niet van toepassing was omdat er geen binnentreden had plaatsgevonden. Wel geldt het zorgvuldigheidsbeginsel dat de belanghebbende moet worden gewezen op de gevolgen van weigering. Uit het gesprek bleek dat appellant redelijkerwijs kon begrijpen dat weigering kon leiden tot afwijzing. Een zwaarwegend belang voor weigering werd niet aannemelijk gemaakt.
Daarom heeft de Raad het hoger beroep verworpen en het bestreden besluit bevestigd. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens weigering medewerking huisbezoek wordt bevestigd.