Uitspraak
OVERWEGINGEN
Stap 2: equality of arms
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding in 2020. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kan verdienen met passende functies, wat leidt tot beëindiging van de uitkering per 14 mei 2021.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts terecht geen aanvullende informatie bij behandelaars opvroeg. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onzorgvuldig handelde door geen informatie bij haar behandelaars in te winnen en dat haar beperkingen onderschat zijn, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat er geen sprake was van een behandeling met beduidend effect op arbeidsmogelijkheden rond de datum in geding, en dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om medische informatie in te brengen. De Raad vond geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen en bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 14 mei 2021.