Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.Bij [naam zoon] is autisme vastgesteld en een forse ontwikkelingsachterstand.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag voor haar zoon met autisme en een ontwikkelingsachterstand. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af vanaf het eerste kwartaal van 2021, omdat volgens het Beoordelingskader BUK en adviezen van het CIZ geen sprake was van intensieve zorg. De zorgscore was vastgesteld op twee punten, terwijl minimaal drie punten vereist zijn.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de Svb terecht geen dubbele kinderbijslag toegekend had. De rechtbank vond het medisch advies zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, en concludeerde dat de zorgscore juist was vastgesteld. Ook het feit dat appellante in 2020 dubbele kinderbijslag ontving, gaf geen recht op toekenning voor 2021.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het CIZ-onderzoek onzorgvuldig was en dat haar zoon hulp nodig heeft bij lichaamshygiëne en dagstructuur. De Raad oordeelde echter dat het Beoordelingskader als vaste gedragslijn geldt en dat de rechtbank de beroepsgronden afdoende had gemotiveerd. Het ontbreken van fysiek onderzoek door het CIZ en de latere toelating tot de Wlz veranderden niets aan het oordeel. Het hoger beroep werd verworpen en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor dubbele kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal van 2021 is terecht afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.