Appellant ontving sinds september 2019 een WIA-uitkering. Na een melding via Meld Misdaad Anoniem trof de politie in juni 2020 in zijn woning een hennepkwekerij aan met twee kweekruimtes, waaronder een met zes planten in werking. Het Uwv startte een onderzoek en herzag de uitkering over de periode september 2019 tot mei 2020, waarbij het bedrag van € 7.777,22 werd teruggevorderd. Tevens legde het Uwv een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de herziening en terugvordering ongegrond en oordeelde dat het aantreffen van de hennepkwekerij de veronderstelling rechtvaardigt dat appellant exploitant was en de opbrengst heeft genoten. De strafzaak was geseponeerd, maar dit stond een bestuursrechtelijke herziening niet in de weg. De boete werd verlaagd vanwege de financiële situatie van appellant.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij slechts kleine hoeveelheden voor eigen gebruik kweekte en dat de strafzaak was geseponeerd. De Raad concludeerde dat de omvang van de kwekerij en de inrichting daarvan niet strookt met eigen gebruik en dat het Uwv terecht de herziening en terugvordering heeft toegepast. De boete is terecht opgelegd, waarbij rekening is gehouden met de financiële draagkracht. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.