ECLI:NL:CRVB:2024:2091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde periode als toegevoegd ambtenaar bij buitenlandse ambassade
Appellant, geboren in 1952 in Tunesië, werkte vanaf 1985 tot 1994 als administratief medewerker bij de ambassade van een ander land in Nederland zonder de Nederlandse nationaliteit te bezitten. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) paste een korting van 40% toe op zijn AOW-pensioen vanwege niet-verzekerde perioden in deze tijd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat hij als toegevoegd ambtenaar in de zin van het Besluit uitbreiding en beperking kring van verzekerden volksverzekeringen (BUB 1976) moest worden aangemerkt, waardoor hij niet verzekerd was voor de AOW. Appellant voerde aan dat hij als administratief personeel niet onder deze categorie viel en dat de regelgeving niet in lijn was met het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt dat appellant als toegevoegd ambtenaar moet worden gezien en dat het overgangsrecht hem niet toestaat de latere, gunstigere bepalingen toe te passen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel, de hardheidsclausule, het evenredigheidsbeginsel en discriminatie faalt. Appellant kan wel een AIO-aanvulling ontvangen. Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van 17 februari 2021 blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 40% op het AOW-pensioen vanwege niet-verzekerde perioden als toegevoegd ambtenaar.