ECLI:NL:CRVB:2024:2097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens schuldig nalatig verklaring over jaren 1999-2001 en 2005
Appellant, een voormalig zelfstandig ondernemer die tussen 2007 en 2008 failliet was, is schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van AOW-premies over de jaren 1999 tot en met 2001 en 2005. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft daarom een korting van 8% op zijn AOW-pensioen toegepast. Appellant voerde aan dat hij de besluiten tot schuldig nalatig verklaring nooit had ontvangen en dat hij door de korting onevenredig werd getroffen vanwege zijn faillissement en het ontbreken van aanvullend pensioen.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de besluiten rechtsgeldig zijn bekendgemaakt, onder meer aan de curator tijdens het faillissement en aan het laatst bekende adres van appellant. Het feit dat appellant niet in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) stond ingeschreven, doet hieraan niet af. Er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden die herziening van de besluiten rechtvaardigen. De korting op het AOW-pensioen is daarom terecht toegepast.
Wel is bepaald dat de korting vanaf 1 januari 2024 niet meer zal worden toegepast. Het hoger beroep van appellant is ongegrond verklaard, en hij krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de wettelijke bepalingen omtrent schuldig nalatig verklaring en de bijbehorende korting correct zijn toegepast in deze zaak.
Uitkomst: De korting van 8% op het AOW-pensioen wegens schuldig nalatig verklaring wordt bevestigd en blijft van kracht tot 1 januari 2024.