Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
€ 128,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende ruim 38 jaar na zijn achttiende verjaardag een aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees deze aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de arbeidsongeschiktheidscriteria op het moment van zijn achttiende verjaardag. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De medische beoordeling toonde aan dat appellant weliswaar beperkingen had, maar dat er onvoldoende bewijs was dat hij op zijn achttiende jaar niet kon samenwerken of geen benutbare mogelijkheden had. De arbeidsdeskundige stelde dat de geselecteerde functies ook destijds op de arbeidsmarkt voorkwamen en passend waren. Het tijdsverloop maakte het lastig om exacte gegevens te achterhalen, maar dit risico lag bij appellant.
Het verzoek van appellant om de uitkering met terugwerkende kracht toe te kennen en om export van de uitkering naar het buitenland werd afgewezen. De Raad veroordeelde het Uwv wel tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht, omdat de medische onderbouwing pas in hoger beroep toereikend werd gemaakt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid op het achttiende levensjaar.