ECLI:NL:CRVB:2024:2427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand en oplegging boete wegens niet melden inkomsten en gokactiviteiten
Appellant ontving bijstand vanaf januari 2016 en werd onderzocht na signalen over zijn financiële situatie. Uit onderzoek bleek dat appellant werkzaamheden verrichtte voor een overheidsdienst en inkomsten uit gokactiviteiten had, die hij niet had gemeld. Het college trok de bijstand in en vorderde deze terug, en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellant voerde aan dat hij slechts een onkostenvergoeding ontving en dat er een rechtvaardigingsgrond bestond vanwege zijn werkzaamheden voor de overheidsdienst. De Raad verwierp deze argumenten en stelde dat het verrichten van op geld waardeerbare werkzaamheden, ongeacht daadwerkelijke inkomsten, gemeld moet worden. Ook was artikel 5:5 Awb Pro niet van toepassing op de intrekking van bijstand.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat de intrekking en terugvordering van de bijstand terecht zijn. Ook de boete wegens het niet melden van gokinkomsten en het bezit van creditcards is terecht opgelegd en evenredig. De hoger beroepen worden afgewezen en de bestreden besluiten blijven in stand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand en de oplegging van de boete aan appellant worden bevestigd.