ECLI:NL:CRVB:2024:345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen op achttiende verjaardag
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan wegens psychiatrische problematiek, stellende dat zij op haar achttiende verjaardag geen arbeidsvermogen had. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij volgens medisch en arbeidsdeskundig onderzoek wel over arbeidsvermogen beschikte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante op haar achttiende verjaardag en de vijf jaar daarna in staat was om een taak in een arbeidsorganisatie uit te voeren, over basale werknemersvaardigheden beschikte, aaneengesloten kon werken en ten minste vier uur per dag belastbaar was. De aangevoerde psychiatrische problematiek en zorg voor kinderen bieden geen grond voor toekenning van de uitkering.
De Raad wijst erop dat de bewijslast bij appellante ligt vanwege de laattijdige aanvraag en dat het medisch beeld op het achttiende jaar niet zonder meer kan worden afgeleid uit eerdere gegevens. Ook is het standpunt van de arbeidsdeskundige dat appellante routinematig werk kan verrichten zonder intensieve sociale interactie, niet weerlegd. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het beschikken over arbeidsvermogen op de achttiende verjaardag en de daaropvolgende vijf jaar.