ECLI:NL:CRVB:2012:BV6623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Weigering toekenning ziekengeld bij arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht
De Stichting sloot arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd met drie werknemers, waarin was opgenomen dat gedurende de winterperiode geen arbeid werd verricht en geen loon werd betaald. De werknemers meldden zich ziek tijdens deze winterperiode, waarna de Stichting de loonbetaling staakte en de uitkeringsinstantie de Ziektewet-uitkering weigerde.
De rechtbank stelde dat tijdens de winterperiode geen doorlopende arbeidsovereenkomst bestond omdat essentiële elementen zoals loonbetaling en arbeidsplicht ontbraken, en vernietigde de besluiten tot weigering van de Ziektewet-uitkering. De Raad in hoger beroep oordeelde echter dat de arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht als doorlopende overeenkomst moet worden gezien, waarbij geen rechtsgeldige tussentijdse beëindiging was vastgesteld.
De Raad benadrukte dat de loonbetalingsplicht bij ziekte volgens artikel 7:629 BW Pro dwingendrechtelijk is en dat de Ziektewet-uitkering daarom terecht werd geweigerd. Ook de omzetting van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in een onbepaalde tijd met een vergelijkbare uitgestelde prestatieplicht bevestigde dit oordeel. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van Ziektewet-uitkeringen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.