ECLI:NL:CRVB:2024:745
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van rechters in herzieningsprocedure sociale zekerheidsrecht
Verzoeker heeft een verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak ingediend en daarbij tijdens de zitting op 7 september 2023 verzocht om wraking van de behandelend rechter. Hij stelde dat de rechter vooringenomen was omdat hij niet de gelegenheid kreeg om zijn standpunten over de pensioenkwestie volledig toe te lichten. Na meerdere wrakingsverzoeken tegen de behandelend rechter en wrakingskamers, die allen zijn afgewezen, werd het laatste wrakingsverzoek behandeld op 11 april 2024.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat rechters geacht worden onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden een wraking kunnen rechtvaardigen. Uit het proces-verbaal bleek dat de behandelend rechter het bijzondere karakter van het herzieningsverzoek heeft toegelicht en verzoeker de mogelijkheid heeft geboden zijn standpunt uiteen te zetten. Kritische vragen van de rechter zijn geen aanwijzing voor vooringenomenheid.
Op grond van deze overwegingen werd het wrakingsverzoek afgewezen. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De beslissing is op 18 april 2024 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter E.J.M. Heijs en leden L.M. Tobé en K.M.P. Jacobs.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter en wrakingskamers wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.