ECLI:NL:CRVB:2023:2166
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van lid wrakingskamer Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen het lid B.J. van de Griend van de wrakingskamer van de Centrale Raad van Beroep. Dit verzoek is voortgekomen uit onvrede over een eerdere uitspraak van 30 april 2015 waarbij Van de Griend betrokken was en waarin verzoeker meent dat belangrijk bewijs is genegeerd.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de enkele betrokkenheid van Van de Griend bij een eerdere zaak geen reden vormt om aan haar onpartijdigheid te twijfelen. De Raad benadrukt dat een rechter moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid, welke hier ontbreken.
Verzoeker bracht geen concrete feiten aan die een schijn van vooringenomenheid rechtvaardigen. Ook de door verzoeker aangehaalde conclusie van advocaat-generaal Niessen, die betrekking heeft op een andere situatie, leidt niet tot een ander oordeel. De wrakingskamer wijst het verzoek daarom af en behandelt het verzoek om herziening verder zoals oorspronkelijk samengesteld.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing is op 31 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken door voorzitter T. Dompeling en leden E.C.E. Marechal en J.J. Janssen.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van het lid B.J. van de Griend is afgewezen wegens ontbreken van feiten die rechterlijke onpartijdigheid aantasten.