ECLI:NL:CRVB:2024:83
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en boete bij niet melden van bijschrijvingen op bankrekening bij bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en heeft in 2020 diverse stortingen en bijschrijvingen door derden op zijn bankrekening ontvangen, behalve in mei en november. Hij heeft deze bedragen niet gemeld bij het college, waarmee hij zijn inlichtingenverplichting schond. Het college herzag het recht op bijstand en vorderde te veel ontvangen bedragen terug, en legde een boete op.
Appellant voerde aan dat niet alle stortingen als middelen moesten worden aangemerkt en dat hij sommige bedragen niet vrij kon besteden, zoals een bedrag van zijn moeder voor een cursus Spaans en kleine bedragen die hij terugbetaalde of waarvoor hij iets moest kopen. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze bedragen geen middelen waren en dat hij het college had moeten informeren over alle stortingen en bijschrijvingen.
De Raad bevestigde dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat verwijtbaarheid niet vereist is voor de schending ervan. De opgelegde boete werd als evenredig beschouwd, mede omdat appellant geen vermindering van verwijtbaarheid kon claimen ondanks zijn schulddienstverleningstraject. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening, terugvordering en opgelegde boete wegens het niet melden van stortingen en bijschrijvingen op de bankrekening van appellant.