Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het standpunt van het Uwv
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was ziekgemeld met nek-, rug- en depressieve klachten en ontving ziekengeld van het UWV. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en een arbeidsdeskundige selecteerde passende functies waarmee appellante 93,02% van haar oude loon kon verdienen. Het UWV beëindigde daarop het ziekengeld per 4 oktober 2020.
Appellante maakte bezwaar en beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Zij oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig en begrijpelijk waren en dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om tegenbewijs te leveren. De rechtbank vond de geselecteerde functies passend.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechter niet medisch bevoegd is om het oordeel van verzekeringsartsen te toetsen en dat er sprake is van schending van artikel 6 EVRM Pro door gebrek aan equality of arms. Ook stelde zij dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat de functies niet passend waren.
De Raad overwoog dat het toetsingskader uit het Korošec-arrest juist is toegepast en dat er geen aanwijzingen zijn voor onzorgvuldig onderzoek of onpartijdigheidsschending. De medische en arbeidskundige rapporten voldeden aan de eisen en de geselecteerde functies waren passend. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV heeft het ziekengeld terecht beëindigd per 4 oktober 2020.