ECLI:NL:CRVB:2024:977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek AOW-pensioen naar gehuwdennorm
Appellant vroeg herziening van een besluit waarbij hem een AOW-pensioen naar de norm van een alleenstaande werd toegekend, omdat hij meende recht te hebben op een gehuwdenpensioen met partnertoeslag. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren en het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand. In hoger beroep betwist appellant dit oordeel en stelt dat het besluit onmiskenbaar onjuist is en dat het beleid van de Svb in strijd is met de wet en het gelijkheidsbeginsel. Hij voert aan dat er geen sprake was van een meerpersoonshuishouden, maar van een gezamenlijke huishouding.
De Raad toetste of het besluit terecht in stand bleef. Hij oordeelde dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden en dat het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist is. De Svb mocht afgaan op de door appellant verstrekte informatie over zijn leefsituatie. Ook is het beleid van de Svb niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel of discriminatieverbod. De afwijzing van het verzoek is niet evident onredelijk.
Voor de toekomst is duidelijk dat appellant geen recht heeft op partnertoeslag. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en laat het besluit van 5 maart 2014 ongewijzigd. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het AOW-pensioenbesluit wordt afgewezen en het oorspronkelijke besluit blijft ongewijzigd.