ECLI:NL:CRVB:2024:237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening ouderdomspensioen naar gehuwdennorm bij niet duurzaam gescheiden leven
Appellant ontving sinds oktober 2014 een ouderdomspensioen volgens de ongehuwdennorm. Na zijn huwelijk in juli 2020 onderzocht de Sociale Verzekeringsbank (Svb) zijn woonsituatie en herzag het pensioen per augustus 2020 naar de gehuwdennorm. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat ondanks aparte woningen, de echtgenoten een gezamenlijke huishouding voeren door onder meer zorg voor elkaar, gezamenlijke bankrekening en gezamenlijke activiteiten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij duurzaam gescheiden leeft omdat hij en zijn echtgenoot aparte woningen hebben, geen gezamenlijke huishouding voeren en geen financiële verstrengeling is. De Raad hanteert een strikte definitie van duurzaam gescheiden leven, waarbij onder meer vereist is dat één van beiden de huwelijkse samenleving wil verbreken en beiden een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn.
De Raad oordeelt dat appellant en zijn echtgenoot niet aan deze voorwaarden voldoen, mede omdat zij zorg dragen voor elkaars financiële situatie. Tevens is geen sprake van strijd met het discriminatieverbod, aangezien het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever valt. Het evenredigheidsbeginsel kan niet worden toegepast vanwege het toetsingsverbod in de Grondwet, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, wat hier niet het geval is.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en handhaaft de herziening van het ouderdomspensioen naar de gehuwdennorm. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De herziening van het ouderdomspensioen naar de gehuwdennorm wordt bevestigd omdat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven.