ECLI:NL:CRVB:2025:1196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten zelfgekweekte medicinale cannabis wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellant, die lijdt aan chronische neuropathische pijn, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van het zelf kweken van medicinale cannabis. Het college wees deze aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening geldt en appellant geen zeer dringende redenen had aangetoond zoals vereist in artikel 16, eerste lid, van de Participatiewet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat reguliere medicatie en apotheekmedicinale cannabis onvoldoende werken, en dat zelfgekweekte cannabis het beste werkt. De Raad stelde vast dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij om gezondheidsredenen aangewezen is op zelfgekweekte medicinale cannabis.
De medische stukken tonen aan dat appellant medicinale cannabis voorgeschreven kreeg, maar niet dat hij aangewezen is op zelfgekweekte cannabis. De Raad concludeert dat er geen acute noodsituatie is die bijzondere bijstand rechtvaardigt. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de kosten van zelfgekweekte medicinale cannabis wordt bevestigd wegens het ontbreken van zeer dringende redenen.