ECLI:NL:CRVB:2025:1230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging ZW-uitkering wegens onjuiste medische grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen de beëindiging van zijn ZW-uitkering per 27 juli 2018. Het UWV had het bezwaar ongegrond verklaard op basis van een medisch onderzoek dat geen aanleiding gaf tot zwaardere beperkingen. Appellant stelde dat zijn beperkingen, zowel lichamelijk als psychisch, waren onderschat en verzocht om inschakeling van een onafhankelijke deskundige.
De Raad benoemde verzekeringsarts M. Wolff-van der Ven als onafhankelijke deskundige, die uitgebreid onderzoek deed en concludeerde dat appellant ernstiger medische beperkingen had dan eerder aangenomen, waaronder een urenbeperking tot 4 uur per dag. Het UWV bleef bij haar standpunt, maar de Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat het bestreden besluit was gebaseerd op een onjuiste medische grondslag.
De Raad vernietigde het besluit van 5 januari 2022 en herroept het besluit van 26 juni 2018. Daarnaast werd een vergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij zowel het UWV als de Staat werden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzitter T. Dompeling op 14 augustus 2025.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering wordt vernietigd en appellant krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.