Appellant, met onder meer een autismespectrumstoornis en ontwikkelingsachterstand, had bij het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht aanvragen ingediend voor jeugdhulp. Het college wees een deel van de hulp af en kende een ander deel toe in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en het college verklaarde het bezwaar deels gegrond en deels ongegrond. De rechtbank liet het bestreden besluit in stand, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het college het wettelijk voorgeschreven stappenplan voor jeugdhulp niet op een inzichtelijke wijze had doorlopen. Vooral ontbrak een duidelijke vertaalslag van onderzoeksbevindingen naar de toegekende jeugdhulp. De hulpvraag, de noodzakelijke aard en omvang van de hulp en de motivering van de toegewezen respijtzorg waren onvoldoende toegelicht. Ook was onduidelijk of de diagnose ernstige enkelvoudige dyslexie was meegenomen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het stappenplan volledig en inzichtelijk moet worden doorlopen. Tevens moet het college rekening houden met de juiste verordening en de wettelijke minimumloonregels bij de vergoeding van jeugdhulp. Het beroep is gegrond verklaard en het college is veroordeeld in de proceskosten.