ECLI:NL:CRVB:2025:1620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW-, ZW-uitkering en toeslagen wegens niet gemelde autohandel
Appellant ontving vanaf december 2018 WW-uitkering, gevolgd door ZW-uitkering en toeslagen tot maart 2020. Uit onderzoek van het UWV bleek dat appellant tijdens deze periode handelde in auto's en motoren zonder dit te melden, wat leidde tot intrekking en terugvordering van uitkeringen en toeslagen ter waarde van €14.671,99 en een boete van €5.533,33.
De rechtbank oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden en de uitkeringen terecht waren ingetrokken en teruggevorderd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het om privétransacties ging en overhandigde getuigenverklaringen, maar kon geen objectief verifieerbaar tegenbewijs leveren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat appellant geen administratie bijhield, geen concrete gegevens over inkomsten verstrekte en dat het UWV bevoegd was om de inkomsten schattenderwijs vast te stellen. De opgelegde boete is evenredig en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de uitkeringen en toeslagen en de boete wegens schending van de inlichtingenplicht worden bevestigd.