Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
- de (wijze van verkrijging van) twee onroerende zaken die in 2001 en 2009 op naam van de Stichting X (stichting) zijn gezet ˗ van welke stichting appellant en zijn zonen de bestuurders zijn ˗ welke onroerende zaken destijds door de stichting zijn aangekocht voor een bedrag van ƒ 1.250.000,-, respectievelijk € 345.000,-;
- een door appellant op 26 mei 2011 ontvangen schadevergoeding van € 35.000,-;
- kasstortingen op de bankrekening van de stichting in de periode van 1 januari 2008 tot en met 1 augustus 2011 tot een bedrag van € 379.354,76,-.
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade is afgewezen;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
- veroordeelt het college tot betaling aan appellant van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 9.000,-;
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.814,-;
- bepaalt dat de griffier van de Raad het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht tot een bedrag van € 138,- aan hem terugbetaalt.