ECLI:NL:CRVB:2025:328
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Verrekening vergoeding kosten bezwaar met terugvordering toeslag WIA-uitkering rechtmatig
Appellante ontving een toeslag op haar WIA-uitkering die later door het UWV werd herzien wegens onverschuldigde betalingen. Het UWV besloot de vergoeding voor kosten in bezwaar te verrekenen met de openstaande terugvordering. Appellante stelde dat deze verrekening onrechtmatig was, onder meer vanwege de beslagvrije voet, het vertrouwensbeginsel en het EVRM.
De rechtbank Limburg oordeelde dat het UWV bevoegd was tot verrekening en dat deze niet in strijd was met de beslagvrije voet of het vertrouwensbeginsel. De rechtbank stelde ook dat de belangen van de rechtsbijstandverlener niet meewegen in de belangenafweging.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde dat de vergoeding een vordering van appellante is, niet van haar rechtsbijstandverlener, en dat verrekening niet in strijd is met wettelijke bepalingen of het EVRM. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat appellante geen aantoonbare nadelige gevolgen had ondervonden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.