ECLI:NL:CRVB:2025:405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitsluiting recht op bijstand wegens te lang verblijf in buitenland zonder zeer dringende redenen
Appellante ontving sinds 2006 bijstand op grond van de Participatiewet en verbleef van 21 oktober tot 18 november 2022 in het buitenland. Het college sloot haar uit van bijstand over de periode 19 november tot en met 16 december 2022 vanwege het te lange verblijf. Appellante stelde dat medische omstandigheden een zeer dringende reden vormden voor bijstandverlening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat appellante medische zorg in Marokko heeft ontvangen en daarna terugkeerde naar Nederland, waardoor geen acute noodsituatie of schrijnende omstandigheden zijn aangetoond die bijstand onvermijdelijk maken.
Ook het argument dat zij haar familie moet terugbetalen voor gemaakte kosten is onvoldoende onderbouwd. De Raad concludeert dat de uitsluiting van bijstand terecht is en dat appellante geen recht heeft op terugbetaling van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De uitsluiting van het recht op bijstand wegens te lang verblijf in het buitenland wordt bevestigd.