ECLI:NL:CRVB:2025:680
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij weigering WIA-uitkering
Appellante, voormalig schoonmaakster, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering na ziekmelding met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV weigerde de WIA-uitkering per 21 september 2022 omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Zij voerde aan dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd en onvoldoende rekening had gehouden met medische informatie en jurisprudentie. Het UWV stelde dat appellante geen procesbelang had omdat zij vanaf 21 september 2022 een WW-uitkering ontving en per 23 december 2023 een loongerelateerde WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80-100% was toegekend.
De Raad oordeelde dat procesbelang ontbreekt omdat het resultaat van het hoger beroep niet meer kan worden bereikt en appellante feitelijk geen financieel belang meer heeft. Ook het betoog dat de FML-beoordeling van belang kan zijn bij toekomstige herbeoordelingen werd niet gevolgd, omdat dit een toekomstige onzekere gebeurtenis betreft. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.