ECLI:NL:CRVB:2011:BR1230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep inzake arbeidsverplichtingen WWB
Appellant ontvangt sinds 1996 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht legde appellant arbeidsverplichtingen op ondanks medische beperkingen. Na bezwaar verklaarde de rechtbank het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwist appellant dit oordeel.
Het College verleende appellant op 12 mei 2011 ontheffing van arbeidsverplichtingen wegens tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op medisch onderzoek van januari 2011. Hierdoor verloor het eerdere besluit van 18 november 2008 zijn werking. De Raad oordeelt dat het hoger beroep zich daarom alleen richt op de periode van 2 april 2008 tot 12 mei 2011.
De Raad stelt dat appellant geen actueel procesbelang meer heeft omdat hij niet langer arbeidsverplichtingen heeft en geen sancties worden opgelegd. Ook een proceskostenvergoeding kan niet worden toegewezen. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. De Raad benadrukt dat toekomstige besluiten op nieuw medisch onderzoek kunnen worden aangevochten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan actueel procesbelang.