ECLI:NL:CRVB:2025:688
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uwv om hem geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij volgens het Uwv minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Appellant betwistte de mate van arbeidsongeschiktheid en voerde aan dat zijn beperkingen groter zijn dan vastgesteld, en dat de geselecteerde functies niet passend zijn. Tevens stelde hij dat de functies assembly worker A en B onterecht in verschillende SBC-codes zijn ingedeeld en dat het gehanteerde uurloon te hoog is.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het Uwv voldoende gemotiveerd heeft dat de functies passend zijn en dat de medische beoordeling juist is. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. De medische beoordeling is zorgvuldig en houdt rekening met psychische klachten en allergieën. De arbeidsdeskundige heeft gemotiveerd dat assembly worker A en B niet gelijksoortig zijn vanwege verschillen in taken, opleiding en zelfstandigheid.
De Raad oordeelt dat het Uwv terecht is uitgegaan van de gegevens in het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) en dat de door appellant aangevoerde marktconforme lonen onvoldoende aanleiding geven tot twijfel. Het hoger beroep wordt afgewezen, de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid en wijst het verzoek om schadevergoeding af.