ECLI:NL:CRVB:2025:735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eerste ziektedag werknemer op 5 maart 2015 bij geschil over ZW-uitkering
In deze zaak staat centraal of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) terecht de eerste ziektedag van een werknemer heeft vastgesteld op 5 maart 2015, waardoor de eigenrisicodrager aansprakelijk is voor de Ziektewet-uitkering. De werknemer was op 2 maart 2015 in dienst getreden en had op die dag een verkeersongeluk, maar heeft zich pas op 5 maart ziekgemeld. De eigenrisicodrager betwistte de vaststelling van de eerste ziektedag en stelde dat deze op 2 maart 2015 lag.
De rechtbank Rotterdam had het beroep van de eigenrisicodrager tegen het Uwv-besluit gegrond verklaard, maar wees het verzoek af om de eerste ziektedag op 2 maart 2015 te stellen. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de eigenrisicodrager onvoldoende bewijs heeft geleverd om de eerste arbeidsongeschiktheidsdag te verplaatsen naar 2 maart 2015. De Raad benadrukte dat het Uwv in beginsel mag uitgaan van de door de werkgever opgegeven eerste ziektedag en dat de eigenrisicodrager de bewijslast draagt om dit te betwisten.
De Raad concludeert dat de werknemer feitelijk tot en met 4 maart heeft gewerkt en zich pas op 5 maart heeft ziekgemeld, wat de eerste dag van arbeidsongeschiktheid is. De door de eigenrisicodrager aangevoerde loonbetalingen vanaf 2 maart als ziekengeld zijn onvoldoende onderbouwd met medische gegevens. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de eerste ziektedag van de werknemer terecht op 5 maart 2015 is vastgesteld en wijst het hoger beroep af.