ECLI:NL:CRVB:2025:745
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering ZW-uitkering en boete wegens niet melden inkomsten hennepteelt
Appellant ontving een Ziektewet-uitkering van december 2016 tot november 2018. Tijdens deze periode werd in zijn woning een hennepkwekerij aangetroffen, waarvan hij geen melding maakte bij het UWV. Het UWV herzag de uitkering en vorderde €5.126,77 terug, en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en bevestigde de terugvordering en boete. Appellant voerde aan geen aandeel te hebben gehad in de hennepkwekerij en stelde psychische klachten te hebben die als dringende reden konden gelden om van terugvordering af te zien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellant inkomsten uit hennepteelt heeft gehad en dat het UWV terecht de uitkering heeft herzien en teruggevorderd. Ook is de boete terecht opgelegd. De Raad oordeelt dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering of boete af te zien. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn wordt de boete met 10% verlaagd tot €83. Tevens wordt appellant een schadevergoeding toegekend wegens de termijnoverschrijding.
Uitkomst: De terugvordering van de ZW-uitkering en de boete worden bevestigd, met een matiging van de boete tot €83 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.