ECLI:NL:CRVB:2026:118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Y. Sneevliet
- K.H. Sanders
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaald salaris bij Ministerie van Defensie
Appellante werkte bij het Ministerie van Defensie en ontving onverschuldigd salaris over 5,4 roostervrije uren per week in de periode van 2 december 2019 tot 12 september 2021. Dit kwam doordat zij geen formeel rekest had ingediend voor deze uren, waardoor de salarisadministratie niet was aangepast.
De staatssecretaris vorderde het teveel betaalde salaris terug en verrekende dit met het nog verschuldigde salaris. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de terugvordering onrechtmatig was vanwege de zes-maandenjurisprudentie, het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank wees het bezwaar af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de e-mail van 7 januari 2020 geen concreet signaal was dat het salaris te hoog was, zodat de zes-maandenjurisprudentie niet van toepassing was. Ook was er geen sprake van een toezegging of gedraging die het vertrouwensbeginsel rechtvaardigde. Ten slotte was de terugvordering proportioneel en niet onredelijk bezwarend, mede omdat appellante geen formele toestemming had verkregen voor de urenvermindering.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris bevoegd was tot terugvordering en verrekening van het onverschuldigd betaalde salaris en liet het bestreden besluit in stand. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De terugvordering en verrekening van onverschuldigd betaald salaris door de staatssecretaris wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.