ECLI:NL:CRVB:2026:184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep wegens wettelijk appelverbod in zaak dwangsombesluit
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank op een verzet tegen een dwangsombesluit van het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk. Het geschil betreft de hoogte van de dwangsom en de vraag of het college haar had moeten informeren over de instelling van een adviescommissie.
De rechtbank had het beroep tegen het dwangsombesluit kennelijk ongegrond verklaard en het verzet ongegrond verklaard. Appellante verzocht de Raad om doorbreking van het wettelijk appelverbod om het hoger beroep toe te laten.
De Raad oordeelt dat het wettelijk appelverbod niet doorbroken kan worden omdat er geen sprake is van evidente schending van procesorde of fundamentele rechtsbeginselen. De rechtbank heeft het verzet behandeld met inachtneming van de argumenten van appellante en is niet buiten haar bevoegdheid getreden. Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd tot behandeling van het hoger beroep.
Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 februari 2026.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd tot behandeling van het hoger beroep wegens het wettelijk appelverbod.