Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Aan de besluitvorming die ziet op de intrekking en terugvordering over de periode van 1 mei 2019 tot 5 mei 2020 heeft het college ten grondslag gelegd dat appellanten de inlichtingenverplichting niet zijn nagekomen door geen melding te maken van de onder 1.2 vermelde bijschrijvingen van € 6.700,- in mei 2019 en zij niet hebben aangetoond dat ze nadien wel recht op bijstand hebben.
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
(1 punt met een waarde van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5), te betalen door de Staat. Appellanten krijgen in zaak 22/380 PW ook het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 185,- terug.
BESLISSING
- vernietigt aangevallen uitspraak 1;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 10 december 2020 gegrond en vernietigt dit besluit voor zover het betrekking heeft op de intrekking over de periode van 1 juni 2019 tot en met 4 mei 2020 en de terugvordering;
- draagt het college op om met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar tegen het besluit van 2 juni 2020 voor zover dit besluit betrekking heeft op de intrekking over de periode van 1 juni 2019 tot en met 4 mei 2020 en op de terugvordering en bepaalt dat beroep tegen dit besluit slechts bij de Raad kan worden ingesteld;
- veroordeelt het college in de kosten van appellanten tot een bedrag van € 3.736,-;
- bepaalt dat het college aan appellanten het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 185,- vergoedt;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van schade aan appellanten tot een bedrag van € 2.000,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van appellanten tot een bedrag van € 467,-;
- bevestigt aangevallen uitspraak 2;
- bevestigt aangevallen uitspraak 3.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
a. betreffen inkomsten uit of in verband met arbeid, inkomsten uit vermogen, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel k, inkomsten uit verhuur, onderverhuur of het hebben van een of meer kostgangers, socialezekerheidsuitkeringen, uitkeringen tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voorlopige teruggave of teruggave van inkomstenbelasting, loonbelasting, premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 43 van Pro de Zorgverzekeringswet, dan wel naar hun aard met deze inkomsten en uitkeringen overeenkomen; en
b. betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.
a. vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft, of
b. vanaf de dag van het verzuim indien niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking heeft.
2. Het college doet mededeling van de opschorting aan de belanghebbende en nodigt hem uit binnen een door hen te stellen termijn het verzuim te herstellen.
3. Het college herziet een besluit tot toekenning van bijstand, dan wel trekt een besluit tot toekenning van bijstand in, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van bijstand kan het college een besluit tot toekenning van bijstand herzien of intrekken, indien anderszins de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
4. Als de belanghebbende in het geval bedoeld in het eerste lid het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor gestelde termijn, kan het college na het verstrijken van deze termijn het besluit tot toekenning van bijstand intrekken met ingang van de eerste dag waarover het recht op bijstand is opgeschort.
a. inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van Pro de Participatiewet, en de algemene bijstand;
(…)
d. peildatum: datum waartegen een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt;
e. referteperiode: periode van drie jaar voorafgaand aan de peildatum.
(…)
c. € 550,- voor gehuwden.