Appellanten ontvingen bijstand en verkochten op meer dan incidentele basis goederen via Marktplaats en rommelmarkten zonder dit te melden aan het dagelijks bestuur, waardoor hun inlichtingenverplichting werd geschonden. Het dagelijks bestuur trok de bijstand in en vorderde kosten terug. De rechtbank vernietigde deels de besluiten, maar wees beroepen tegen afwijzing individuele inkomenstoeslag af.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het recht op bijstand over de maanden met alleen Marktplaatshandel wel kan worden vastgesteld, maar niet over de maanden met rommelmarkthandel vanwege ontbrekende gegevens. Contante stortingen en bijschrijvingen moesten als middelen worden betrokken bij de beoordeling. De terugvordering werd beperkt en gematigd wegens dringende redenen, maar verdere matiging moet nog worden beoordeeld.
De Raad vernietigt de besluiten over intrekking en terugvordering deels, bevestigt afwijzing individuele inkomenstoeslag, en veroordeelt de Staat tot een aanvullende schadevergoeding van €500 wegens overschrijding redelijke termijn. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan appellanten toegekend.