ECLI:NL:CRVB:2026:240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgevolg werkplan Wajong en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant ontvangt sinds 2009 een Wajong-uitkering en heeft in 2021 een werkplan ontvangen waarin het UWV stelt dat re-integratie als zelfstandig jurist of mediator niet passend is. Appellant maakte bezwaar tegen dit werkplan, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit deels en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, omdat het werkplan volgens haar geen besluit zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en stelt dat het werkplan wel een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, omdat het gericht is op rechtsgevolg. De Raad bevestigt dat het UWV zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de beperkingen van appellant en dat het besluit om geen re-integratieactiviteiten te starten in de gewenste richting redelijk is. Het beroep tegen het besluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure met ruim elf maanden is overschreden. De Raad volgt de rechtspraak van de Hoge Raad en kent appellant een schadevergoeding toe van in totaal €1.000,-, waarvan €333,33 voor rekening van het UWV en €666,66 voor rekening van de Staat. Verzoek om vergoeding van proceskosten wordt deels toegewezen voor reiskosten. Appellant is vrijgesteld van griffierecht.
Uitkomst: Het werkplan is een besluit in de zin van de Awb, het bezwaar is terecht inhoudelijk beoordeeld, het beroep tegen het besluit wordt ongegrond verklaard en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt toegekend.