ECLI:NL:CRVB:2026:250
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en vergoeding proceskosten en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure werd een onafhankelijke deskundige benoemd die rapporten uitbracht. Het UWV nam op 8 september 2025 een nieuwe beslissing op bezwaar waarin appellante per 13 juni 2018 in aanmerking werd gebracht voor een IVA-uitkering, waarmee het UWV volledig aan haar bezwaren tegemoetkwam. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante, bestaande uit kosten van rechtsbijstand en deskundigen, en het betaalde griffierecht. Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van €3.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim drie jaar en tot vergoeding van proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding.
De redelijke termijn werd overschreden doordat de totale procedure van ontvangst bezwaarschrift tot tegemoetkomend besluit ruim zeven jaar duurde, terwijl de norm voor een procedure in drie instanties in dergelijke zaken maximaal vier jaar is. De overschrijding in de rechterlijke fase werd toegerekend aan de Staat. De Raad sloot de procedure zonder nieuwe zitting na instemming van partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep werd ingetrokken na tegemoetkoming door het UWV; het UWV werd veroordeeld in proceskosten en de Staat in schadevergoeding en proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.