ECLI:NL:CRVB:2026:267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na toekenning WIA-uitkering ondanks beroep op evenredigheidsbeginsel
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en kreeg achteraf een WIA-uitkering toegekend over een periode waarin zij bijstand ontving. Het college van burgemeester en wethouders van Venray vorderde de bijstandskosten terug, omdat de WIA-uitkering hoger was dan de ontvangen bijstand. Appellante voerde aan dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien en dat zij onevenredig in haar belangen werd geschaad vanwege haar precieze financiële situatie en schulden door de toeslagenaffaire.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit tot terugvordering in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft om terug te vorderen en dat een belangenafweging heeft plaatsgevonden. Het college heeft een zwaarwegend belang bij het zorgvuldig besteden van gemeenschapsgeld. Appellante heeft haar financiële situatie niet concreet onderbouwd, waardoor geen sprake is van een onevenredige belangenafweging.
De Raad stelde dat de toetsing van het evenredigheidsbeginsel en de beoordeling van dringende redenen in deze zaak samenvallen. Omdat de belangenafweging evenwichtig is, leidt het beroep op dringende redenen niet tot een ander resultaat. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de terugvordering blijft in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand blijft in stand omdat de belangenafweging evenwichtig is en dringende redenen niet zijn aangetoond.