ECLI:NL:CRVB:2026:465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging vrijwillige Ziektewetverzekering zonder bijzondere omstandigheden
Appellante, die sinds 2017 een eenmanszaak had en zich in 2018 vrijwillig verzekerde voor de Ziektewet (ZW), zette haar onderneming in 2020 om in een besloten vennootschap (B.V.). Het UWV beëindigde op haar verzoek de vrijwillige ZW-verzekering per 30 oktober 2023. Appellante stelde dat de verzekering met terugwerkende kracht per 30 juni 2020 of 17 februari 2021 had moeten worden beëindigd vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder onjuiste informatieverstrekking door het UWV.
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde dat het UWV terecht de verzekering per 30 oktober 2023 beëindigde en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden voor terugwerkende beëindiging. De rechtbank wees erop dat het voor een directeur-grootaandeelhouder (DGA) doorgaans weinig zinvol is een vrijwillige ZW-verzekering te hebben, omdat de B.V. het loon bij ziekte doorbetaalt, maar dat vrouwelijke DGA's recht hebben op zwangerschapsuitkering.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond dat het UWV de gedragslijn hanteert dat vrijwillige ZW-verzekeringen slechts per een toekomstige datum kunnen worden beëindigd, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De door appellante aangevoerde gronden waren onvoldoende om hiervan af te wijken. Ook het vermeende verboden onderscheid naar geslacht werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging per 30 oktober 2023 bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de vrijwillige Ziektewetverzekering per 30 oktober 2023 terecht heeft beëindigd zonder terugwerkende kracht.