ECLI:NL:CRVB:2026:522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO wegens niet-melding onroerend goed in Marokko
Appellant en zijn echtgenote ontvingen sinds 1 juli 2018 een aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde dat appellant onroerende zaken in Marokko bezat die niet waren gemeld, wat een schending van de inlichtingenverplichting inhoudt. Appellant voerde aan dat hij geen eigenaar was van de grond en woning in Marokko en dat het evenredigheidsbeginsel werd geschonden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Svb aannemelijk had gemaakt dat appellant eigenaar was van de onroerende zaken, mede op basis van een adoulaire akte, een tijdelijke vergunning en taxatierapporten. Appellant heeft geen aanvullende gegevens overgelegd om dit te weerleggen. De Raad bevestigde dat de taxatie als schattingsgrondslag kon dienen en dat de waarde van de woning correct was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit tot intrekking en terugvordering van de AIO. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden en dat de Svb terecht de AIO had ingetrokken en teruggevorderd. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en op dringende redenen om terugvordering te matigen, werd verworpen. De Raad bevestigde dat de terugvordering voortkomt uit de niet-gemelde eigendom en dat de beslagvrije voet bescherming biedt.
Het hoger beroep slaagde niet, de intrekking en terugvordering blijven in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de AIO wegens niet-melding van onroerend goed in Marokko worden bevestigd.