Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, bekend met psychische klachten en beperkingen in zelfredzaamheid en participatie, vroeg vergoeding voor aanschaf en opleiding van een hulphond op grond van de Wmo 2015. Het college wees de aanvraag af omdat de inzet van de hulphond niet onder de Wmo valt en onvoldoende bewijs was dat de hond de beperkingen significant zou verminderen. De rechtbank bevestigde dit besluit en wees op de bewuste keuze in de Zorgverzekeringswet (Zvw) om dergelijke kosten niet te vergoeden.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het college geen zorgvuldig onderzoek had gedaan en dat de jurisprudentie herzien moest worden. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat het college terecht het medisch advies van Oreon gebruikte. De Raad benadrukte dat de afbakening tussen Wmo 2015 en Zvw inhoudt dat het college niet verplicht is voorzieningen te vergoeden die bewust niet onder de Zvw vallen.
De Raad voegde toe dat in zeer uitzonderlijke gevallen, met ernstige beperkingen en als een hulphond de enige passende oplossing is, het college wel verplicht kan zijn te verstrekken. Dit was hier niet het geval. Tevens wees de Raad het verzoek om aanvullende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de totale procedure langer dan vier jaar duurde maar de rechterlijke fase niet onredelijk lang was.
De uitspraak bevestigt het bestreden besluit en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Appellanten krijgen geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De aanvraag voor vergoeding van kosten hulphond wordt afgewezen en het verzoek om aanvullende schadevergoeding wordt geweigerd.