ECLI:NL:CRVB:2024:376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening opleiding hulphond op grond van de Wmo 2015
Appellante, bekend met een autismespectrumstoornis, depressieve stoornis en ADHD, vroeg het college om een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 voor de opleiding van een hulphond. Het college wees deze aanvraag af omdat de vergoeding van hulphonden onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) valt en niet alle typen hulphonden worden vergoed. Met name voor PTSS/ASS-hulphonden is onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit.
Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellante hoger beroep instelde. De Raad toetste of het college zorgvuldig onderzoek had verricht en of het college terecht had geoordeeld dat de maatwerkvoorziening niet onder de Wmo 2015 valt.
De Raad oordeelde dat het college zorgvuldig had gehandeld en dat het niet gehouden is een maatwerkvoorziening te verstrekken wanneer een specifieke regeling, zoals de Zvw, bewust bepaalde kosten niet vergoedt. De minister had in een brief van juli 2023 bevestigd dat therapie-, epilepsie- en PTSS-hulphonden niet tot het verzekerde basispakket behoren wegens onvoldoende wetenschappelijk bewijs.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het college is niet gehouden de maatwerkvoorziening voor de opleiding van een hulphond te verstrekken.