Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Artikel 2.3.5
(…).
Centrale Raad van Beroep
Appellante, bekend met diverse aandoeningen waaronder PTSS, vroeg het college om een maatwerkvoorziening voor de opleiding van haar hond tot hulphond op grond van de Wmo 2015. Het college wees dit verzoek af, maar verleende een maatwerkvoorziening in de vorm van vervoer met de Regiotaxi, waarbij haar hond mee mag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Zij stelde dat het college geen zorgvuldig onderzoek had verricht en dat alleen een opleiding van de hond tot hulphond een passende bijdrage zou leveren.
De Raad oordeelde dat het college wel degelijk zorgvuldig onderzoek had gedaan, waaronder gesprekken met appellante en overleg met haar psycholoog. Het college had terecht geoordeeld dat vervoer met de Regiotaxi inclusief hond een passende bijdrage levert aan haar zelfredzaamheid en participatie.
Verder overwoog de Raad dat het college op grond van artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015 niet verplicht is een maatwerkvoorziening te verstrekken als een specifieke regeling, zoals de Zorgverzekeringswet, bepaalde kosten bewust niet vergoedt, zoals bij bepaalde hulphonden. Dit oordeel volgt uit een eerdere uitspraak van 22 februari 2024.
Het hoger beroep werd afgewezen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het college is niet gehouden de opleiding van de hond tot hulphond als maatwerkvoorziening te verstrekken.