Appellant startte in 2022 met X B.V., een onderneming in cacao en koffie, en vroeg algemene bijstand en bedrijfskapitaal aan op grond van het Bbz 2004. Het college wees de aanvraag af omdat de onderneming niet levensvatbaar zou zijn, gebaseerd op een deskundigenrapport van adviesbureau De Meent.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn bedrijf wel levensvatbaar is en dat hij de bedrijfsactiviteiten voortzet via een eenmanszaak. De Raad oordeelt dat appellant geen procesbelang meer heeft voor de aanvraag bedrijfskapitaal omdat X B.V. is ontbonden en de aanvraag geen betrekking heeft op de eenmanszaak.
Voor de aanvraag algemene bijstand heeft appellant nog wel procesbelang. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de onderneming niet levensvatbaar is, omdat appellant onvoldoende objectieve gegevens heeft geleverd om het deskundigenadvies te weerleggen. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard voor het bedrijfskapitaal en afgewezen voor de algemene bijstand.