Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
(getekend) O.L.H.W.I. Korte
(getekend) A.H. Hagendoorn-Huls
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
(…).
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een voltijdstudent rechtsgeleerdheid met inkomsten uit arbeid, vroeg op 11 september 2022 een eenmalige energietoeslag aan. Het college van burgemeester en wethouders van Leiden wees de aanvraag op 7 oktober 2022 af, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellante niet voldeed aan de inkomensnorm.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Het inkomen van appellante bestond uit een fictief normbedrag van € 932,87 (studiefinanciering) en een werkelijk arbeidsinkomen van € 450,- per maand. Appellante stelde dat slechts het verschil tussen haar arbeidsinkomen en een deel van de ouderlijke bijdrage moest worden meegeteld, maar de Raad oordeelde dat het volledige arbeidsinkomen moet worden meegenomen omdat dit niet als ouderlijke bijdrage kan worden aangemerkt.
Met een totaal inkomen van € 1.382,87 lag appellante boven de inkomensgrens van 120% van de bijstandsnorm (€ 1.257,-). Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. De Raad wees ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel af, omdat het beleid voorziet in individuele bijzondere bijstand voor gevallen met bijzondere omstandigheden, die appellante niet had aangevraagd.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de rechtsgevolgen van het bestreden besluit bleven in stand. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door mr. O.L.H.W.I. Korte op 9 juni 2026.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een eenmalige energietoeslag 2022 wordt afgewezen vanwege overschrijding van de inkomensgrens en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.