Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
verminderde matezijn toe te rekenen, en de overige bewoordingen in dit rapport sluiten hierbij aan. Ook de verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 november 2025 onderbouwt niet het primaire standpunt van appellant dat elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Het enkele gegeven dat het in die uitspraak ook ging om verslavingsproblematiek maakt niet dat het Uwv van het opleggen van een maatregel had moeten afzien. Het primaire standpunt van appellant wordt daarom niet gevolgd.
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 29 januari 2024;
- herroept het besluit van 26 januari 2023 en bepaalt dat appellant per 19 oktober 2022 recht heeft op een ZW-uitkering, dat op deze uitkering een maatregel van 50% voor de duur van deze uitkering wordt opgelegd, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 8.242,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 194,- vergoedt.