ECLI:NL:CRVB:2026:941
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden huur bankkluis
Appellante huurde vanaf 2 juni 2022 onafgebroken een bankkluis die op haar naam stond, waarvan zij de huur betaalde en waar zij als enige toegang toe had. Zij heeft echter nagelaten dit te melden aan het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen.
De Raad overwoog dat het bezit van een bankkluis een omstandigheid is die van invloed kan zijn op het recht op bijstand en dat appellante onverwijld mededeling had moeten doen. Haar stelling dat de kluis feitelijk voor haar dochter was en zij daarom geen melding hoefde te doen, werd verworpen wegens gebrek aan concrete en verifieerbare onderbouwing.
Daarnaast weigerde appellante het college toegang tot de kluis, waardoor het college niet kon vaststellen wat de inhoud was of van wie deze afkomstig was. Het college is verplicht de kosten van bijstand terug te vorderen indien de inlichtingenverplichting niet is nagekomen, tenzij dringende redenen tot afzien van terugvordering aanwezig zijn.
Appellante voerde aan dat het niet realistisch was dat de kluis een vermogen bevatte ter grootte van het terugvorderingsbedrag en dat zij bij invordering onder het bijstandsniveau zou moeten leven. De Raad oordeelde dat deze argumenten geen dringende redenen vormden om van terugvordering af te zien, mede omdat de inhoud van de kluis onbekend is en appellante bescherming geniet van de beslagvrije voet.
De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand over de periode van 2 juni 2022 tot en met 2 februari 2023 en de terugvordering van € 8.459,37.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering van € 8.459,37 worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting door het niet melden van de huur van een bankkluis.