ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2333
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Goslings
- Joustra
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Hoogte schadevergoeding na treinongeval en toepassing limiteringsregeling aansprakelijkheid NS
Op 24 april 1998 raakte B ernstig gewond toen zij met haar arm tussen de deuren van een stilstaande trein werd ingeklemd en vervolgens door de trein werd meegetrokken. NS erkende aansprakelijkheid en betaalde een bedrag van fl. 300.000,-, maar B vorderde volledige schadevergoeding. De rechtbank wees deze vordering toe, waarbij zij de wettelijke limitering van artikel 8:110 lid 1 BW Pro buiten toepassing stelde wegens onaanvaardbaarheid in redelijkheid en billijkheid.
NS ging in hoger beroep en voerde aan dat zij zich op de limitering kon beroepen, ook bij aansprakelijkheid op grond van artikel 6:173 BW Pro, en dat er geen sprake was van bewuste roekeloosheid. Het hof oordeelde dat NS vanaf begin jaren ’90 bekend was met veiligheidsgebreken aan de inklembeveiliging en vertrekprocedure, maar naliet adequate maatregelen te nemen. Dit vormde bewuste roekeloosheid, waardoor de limitering niet van toepassing is.
Daarnaast stelde het hof vast dat het beroep op de limitering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, mede gelet op internationale ontwikkelingen en de omvang van de schade. Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde NS in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt volledige aansprakelijkheid van NS en wijst de vordering van B tot volledige schadevergoeding toe, ondanks de wettelijke limitering.