ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ0489
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Navordering vennootschapsbelasting en boetematiging wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende, een houdstermaatschappij, bracht in haar aangifte vennootschapsbelasting 1999 kosten ten laste van haar winst die verband hielden met een gelieerde vennootschap. De inspecteur legde een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op wegens het onterecht aftrekken van deze kosten. Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur niet beschikte over een nieuw feit en dat de kosten wel degelijk toerekenbaar waren aan haar onderneming.
Het hof stelde vast dat de inspecteur terecht navorderde omdat het controlerapport nieuwe feiten aan het licht bracht die niet bekend waren bij de oorspronkelijke aanslag. De kosten betroffen uitgaven die verband hielden met de verkoop van een pand door een gelieerde vennootschap en waren niet gemaakt ten behoeve van belanghebbende zelf. Belanghebbende slaagde er niet in dit tegenbewijs te leveren.
Verder oordeelde het hof dat de boete terecht was opgelegd wegens grove schuld, omdat belanghebbende geen pleitbaar standpunt had ingenomen. Wel werd de boete verminderd van ƒ 9.956 tot ƒ 8.960 vanwege overschrijding van de redelijke termijn van behandeling, die circa 34 maanden bedroeg. Het hof veroordeelde de inspecteur tevens in de proceskosten van belanghebbende.
De navorderingsaanslag werd gehandhaafd, de boete verminderd en het beroep gegrond verklaard vanwege de termijnoverschrijding. De uitspraak bevestigt het belang van correcte toerekening van kosten en de toepassing van redelijke termijnen in belastingprocedures.
Uitkomst: Navorderingsaanslag gehandhaafd, boete verminderd wegens termijnoverschrijding, beroep gegrond verklaard.