ECLI:NL:GHAMS:2007:BC4143
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Toepassing landbouwvrijstelling op winst uit verkoop ondergrond boerderij
Belanghebbende verkocht zijn melkveehouderij inclusief de ondergrond van de woning en tuin aan C, die het perceel voortzette als agrarisch bedrijf. De inspecteur stelde dat de winst op de ondergrond niet geheel onder de landbouwvrijstelling viel omdat de waarde in het economische verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik (wevab) lager zou zijn dan de werkelijke waarde (wev). Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de wevab lager was dan de wev, mede omdat C het perceel agrarisch gebruikte en er meerdere agrarische biedingen waren gedaan. De inspecteur kon zijn stelling niet onderbouwen met het taxatierapport en aanvullende gegevens, die onvoldoende relevant en gemotiveerd waren.
De inspecteur had zich ook beroepen op een werkafspraak tussen de Belastingdienst en de VLB over het overbrengen van de woning en ondergrond naar privé, maar deze afspraak was niet bindend voor belanghebbende en werd door het hof niet toegepast. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, de aanslag werd verminderd en de proceskosten werden aan belanghebbende toegekend.
Het hof bevestigde dat de landbouwvrijstelling van toepassing is op de winst uit de verkoop van de ondergrond van de woning en tuin, omdat de waarde bij voortgezet agrarisch gebruik niet lager was dan de verkoopwaarde. De inspecteur kon niet aantonen dat het perceel buiten agrarisch gebruik zou worden gesteld.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd en de winst uit de verkoop van de ondergrond valt onder de landbouwvrijstelling.